Een weekje van Moeder Natuur!!

Wim Mulder heeft in september 2010 een weekje doorgebracht met alleen maar wat de natuur hem te bieden heeft op het gebied van voeding.

Dinsdag 31 augustus 2010
Eindelijk had ik de moed en ging ik doen wat ik al een hele tijd wilde gaan doen. Drie dagen van huis zonder eten en drinken mee te nemen. Leven van wat ik buiten tegenkom. Iedereen weet dat er tal van eetbare planten zijn. Ik wilde het nu gewoon uitproberen.
Ik woon aan de rand van de Veluwe. Het gebied is gevarieerd, het is groot en het is mooi. Waarom niet hier beginnen? Mocht het niet goed gaan dan ben je weer snel thuis.
Ik had mij wel wat voorbereid. Mary uit Beekbergen, verzekerde me dat het in deze tijd geen probleem hoefde te zijn, maar ja ik kende maar een paar eetbare planten en zij kende ze bijna allemaal. Toch wilde ik gewoon zien wat er van kwam. Ook had ik thuis al wel eens wat klaar gemaakt zoals brandnetels, zevenblad en ganzenvoet. Allemaal prima te eten. Maar geeft het je ook genoeg kracht?
Daarnaast nam ik mijn hangmat, slaapzak en wat kookgerei mee. Ik wilde me nu concentreren op het eten en niet op het improviseren van slaapgelegenheden en het maken van allerlei kookgerei. Inmiddels weet ik dat je bijna alles zelf kunt maken maar dat het allemaal wel zijn tijd vergt. Dus ging ik mij nu richten op het oorspronkelijke voedsel van onze omgeving ( maiskolven horen daar dus niet bij). Hou ik het vol op voedsel wat ik onderweg vind en geeft het me genoeg energie om de geplande tocht uit te lopen?. Wat ik bijna vergeet is dat ik wel een klein potje met zout heb meegenomen. Iets meer smaak aan het eten zou toch wel eens welkom kunnen zijn. Daarnaast is een beetje zout toch wel belangrijk.

De eerste dag liep ik een kleine 10 kilometer. Een heel eind door het bos naar een kampeerterreintje van de NKTC. Daar staat alleen een waterpomp. IK was er alleen. In het bos vond ik nog niet veel te eten. Aan de rand kwam ik gelukkig wat bramen struiken tegen (helaas met weinig kleine bramen, maar toch, ik was er al blij mee). Daarnaast stond ook veel brandnetel en wegbree. De brandnetels nam ik mee in een plastic zak en de bramen in een handig bakje . Die avond at ik 2 pannen vol brandnetelspinazie met als toetje een paar handjes bramen. Het sap van de spinazie gooide ik in mijn veldfles. Mijn buik zat vol, ik voelde me goed en heb heerlijk geslapen.

De woensdag werd een lange tocht van bijna 9 uur lopen. Ik schat dat het circa 30 a 35 km is geworden. Achteraf zeg ik, te ver want het vreet energie. Hoe dan ook ik had mijn zinnen gezet op een overnachting op het eiland Pier in het Veluwemeer. Ik wist dat daar veel brandnetel zou zijn en wellicht kon ik daar ook nog wat vis te pakken krijgen.
De dag begon met de brandnetelsoep van de avond ervoor, veel wegbree en wat paardenbloem. Vol goede moed op weg. In de veldfles deed ik jonge denneschutten. Bij Hoog Buurlo kwam ik een vlierbessenboom tegen. Die waren goed. Helaas waren de tamme kastanjes nog niet rijp en zaten ze nog hoog in de boom. Op de heide bij Uddel vond ik eindelijk wat vossenbessen. Het waren er niet veel en voor twee handjes vol was ik al gauw 10 minuten aan het plukken. Toch is de verandering van smaak welkom. In het Kroondomein viel het lopen tegen. Veel hekken waar ik vaak flinke stukken om heen voor moest lopen. Wel vond ik daar bomen met veel hars. Daar moet ik nog eens voor terug komen omdat je er perfecte lijm van kunt maken.
Pas rond een uur of 2 passeerde ik Elspeet. Inmiddels was ik wel hongerig, leeg en moe. Ik nam me voor om voorbij Elspeet even te gaan rusten. Psychologisch geeft dat altijd net meer boast dan voor de plaats uitrusten. Het pakte goed uit. Net voor de rand van het bos vond ik een bramenstruik met nog wat bramen. Het voelde heerlijk om een volle hand in je mond te stoppen en de sappen van de bramen te proeven. Ook stonden er rozebotels. Als klein kind wist ik dat je dat kon eten. Dus nu ook nog. De eerste at ik met pitjes en al. Later deed ik dat niet meer. Het was voor het eerst deze dag dat ik weer een vol gevoel kreeg. Wat mensen die mij bezig zagen vroegen zich af waarom ik dat at. Ik legde uit wat ik deed en kreeg te horen dat ik er ook niet als een zwerver uitzag.
Over de prachtig paarse hei en daarna door het bos naar Hulshorst. Nog bossenbessen geplukt maar het waren er niet veel. Wel is het even goed voor de smaak. Ik zag nog een rustig grazende hinde die mij niet eens opmerkte. Voorbij Hulshorst is het nog een stukje door weilanden. Daar vond ik langs de weg nog een hazelaar. Gauw een paar handjes noten in mijn zak gedaan en verder. Bij het Veluwemeer maakte ik mijn spullen klaar om de 1,5 km door het water te waden naar het eiland. Om 18.30 was ik er eindelijk. Leeg, moe en zat.
Gauw de hangmat ophangen en beginnen met de ganzevoet te koken. Ik weet niet of ik nu te moe was of dat me de smaak tegenstond maar ik at met tegenzin. De 2de pan brandnetelspinazie maar bewaard voor de volgende dag. Op het eiland, wat eigenlijk een aquacamping is voor de watersport, waren een paar mensen, waaronder de havenmeester. Hij was een gepensioneerd beroepsmilitair (met een commando opleiding) en begreep precies waar ik mee bezig was. Hij vertelde dat ik genoeg te eten zou vinden op het eiland. Het gaf me weer moed. Ik heb geen kampvuurtje meer gemaakt. Kroop vroeg in de hangmat en nam me voor eens lekker uit te gaan slapen.

Half 8 werd ik pas wakker, de benen deden geen zeer meer en het bleek een heerlijk eiland voor blote voeten te zijn. Eerst even wassen onder de pomp en daarna verkennen. Er was veel jonge paardebloem. Overigens een heel verschil qua smaak en malsheid met de oudere bladeren. Er waren ook beduidend meer bramen. Ook stonden er grote struiken met veel meidoorn bessen (heerlijk). Er stond zelfs een verwilderde appelboom met kleine zure appels. Maar het lekkerste was toch wel de duindoorn. Ik wist dat het sap goed was maar wat een energie boast gaf dat spul. Uitgeperst in mijn vijzel en wat verdund met water. Voor de terugweg nog genoeg meegenomen voor 2 porties. De dag kon niet meer stuk en mijn kostje was gekocht. Hier zou ik een dag blijven.
De havenmeester zei dat hij met zijn maat ging vissen en of ik dat ook nog ging doen? Ja natuurlijk, ik was het wel van plan maar ik wilde eerst de andere dingen gaan verzamelen. Als hij wat ving zou hij het bewaren. Ik vond het prima.
Nadat ik van mijn verzamel tochtje terugkwam hadden zij al een emmer met 32 voorntjes gevangen. Super, ik was blij. Hoelang zou ik er mee bezig zijn geweest?

Het was toen 12.30 en ik ben vanaf dat moment tot ’s avonds 21.00 bezig geweest met eten klaar maken. Vis schoonmaken (de eerste rauw gegeten, is prima te doen, op tv doen ze er zo stoer over maar het smaakt gewoon prima), daarna een deel van de vis gekookt, gebakken en gerookt. Het afgietsel smaakte vol van vet. Ik knapte flink op. Daarna moes gemaakt met bramen, rozenbotel en wat appeltjes. Ik zat gewoon vol. Meteen eten klaar gemaakt voor de volgende dag. Een deel van de vis gebakken en in het pannetje de rugzak in. Ook de hazelnoten geroosterd. Zalig was dat. Ze zeggen wel eens dat alles wat je zelf maakt het beste smaakt maar het klopt. Ik liet geen deel van de nootjes vallen.
Nadat alles klaar was zat ik voldaan bij het kampvuurtje. Wat watervogelgeluiden op de achtergrond en een heldere hemel. Wat kan Nederland toch mooi zijn en soms ook weer zo verrassend rustig. Alles was hier makkelijk te vinden en dan nog kost het veel tijd. Je vuur aan de gang houden, alles een beetje erom heen organiseren. Maar het kan.

De vrijdag zette ik weer koers richting Apeldoorn. Jammer ik wilde nog wel verder of langer weg blijven maar het was goed zo. Het ontbijt bestond uit 5 volle handen paardebloem weggespoeld met een veldfles water. Ik had mijn zakken vol want ja je weet niet wat je allemaal tegenkomt. Dat viel in het begin al mee toen ik een net aangereden duif zag. Ik heb hem laten liggen, ik zou ’s avonds weer thuis zijn maar anders ging die mee. Dat zijn natuurlijk buitenkansjes.
In de bossen at ik mijn zakken meidoorn leeg. Voor de vis nam ik meer tijd want ookal weet ik nu precies hoe de graatjes in de voorntjes lopen je kunt het toch niet te snel wegslikken. Onderweg kwam ik ook nog bosklaver tegen. Ook dat is heerlijk. Je eet het bijna als een paard. Je hapt zoveel mogelijk blaadjes van de takjes tegelijk. Kauwt het geheel lekker fijn en slikt het weg.
Nabij de Hoge Duvel kwam ik nog een aantal wilde varkens tegen. De wind in mijn gezicht en ik stond laag op het pad. Ze hadden me pas laat door. Twintig meter was de afstand. Ik doe aan boogschieten en dan denk je daar loopt toch een flinke maaltijd. Natuurlijk jaag je hier niet maar stel dat je het doet, dan betekent dat meteen, om ter plaatse je kamp te maken en het beest te verwerken. Ook dat kost gauw een hele dag aan werk. Maar nogmaals, dat is iets wat je hier niet doet.

Rond 17.00 kwam ik aan bij de Echoput waar mijn vrouw me oppikte. (ik vroeg nog even of ze een helikopter geluidje na wilde doen). Het zat erop en het was gelukt. Ik voelde me super.

Thuis eerst op de weegschaal. In 3 dagen was ik 4,3 kilo kwijt. Ik denk dat menig lijner daar jaloers op wordt. Mijn vrouw had heerlijk gekookt. Spaghetti met een soort van Ceasar salade (gesmolten kaas,spekjes en rucalo sla) ik vind dat heerlijk maar het verraste me dat de smaak ervan leek samen te klonteren tot één algemeen iets. Ik merkte dat later weer bij een stuk chocolade. Dat was gewoon zoet en vooral vettig. Ik weet niet of die smaaksensatie zo blijft maar alles lijkt wel zoet en vettig.

Achteraf bezien ben ik mij de volgende dingen gaan realiseren, puntsgewijs noem ik ze even:

  • Je bent veel tijd kwijt met het zoeken naar en het verwerken van het eten. Het is daarbij niet verstandig om dan te lange tochten te maken. Behalve dat het je veel tijd kost, eet je dan niet de verbrandde energie erbij terug. De volgende keer beperk ik het lopen tot maximaal 6 uur.
  • Het is mogelijk om zo veel dagen rond te zwerven en jezelf te redden. Wel heb ik meer kennis nodig om te weten waar welke energie inzit (als koolhydraten en eiwitten).
  • September is een goede maand om een dergelijke tocht te ondernemen. Zeker voor een beginner als ik. Er zijn veel bessen en planten rijp. Aan vitamines en suikers kom je echt niet te kort.
  • Het is mogelijk om van wilde planten te leven en er genoeg kracht uit te putten, voor mij een ontdekking, voor kenners een opendeur. Het spannende is ook of je de wilde planten die je kent ook tegenkomt en vind. Zodra je wat vind verzamel je meteen om iets extra’s mee te nemen. In het bos is het vinden van eten een aanzienlijk stuk moeilijker. Ik snap nu heel goed waarom de prehistorische mens voornamelijk langs de randen van de bossen verbleef. Daar is de variatie gewoon het grootste. Behalve als je op groot wild wil gaan jagen dan duik je het bos in.
  • Ik ben er zeker van dat ik de helft of misschien wel 80 % van al het eetbare nog heb gemist. Doodeenvoudig omdat ik het niet kende. Het was één van mij regels om niet iets te gaan eten dat ik niet kende, ook al zag het er uitnodigend uit. Daarnaast had ik mijn vrouw beloofd geen paddenstoelen te gaan eten. Ze weet dat ik daar te weinig vanaf weet (inmiddels heb ik al wel de anwb paddestoelengids gekocht, er stonden er onderweg toch wel veel en een verandering in smaak is wel welkom).
  • Verder viel me op hoe enorm onze maatschappij is verwijderd van de natuur waar we direct in wonen. We doen er niets mee. Alles moet gewassen, gekookt en gezoet worden. Het is ironisch om te zien hoe vol onze kasten zijn, hoe makkelijk het is. Of het allemaal goed is?, ik vraag het me af. Misschien is het filosofisch maar we zijn een boel kwijt aan ervaring, kennis en vertrouwen in wat rondom ons allemaal groeit, bloeit en zich bijna letterlijk aanbiedt.

Ik vond het een ontdekking en heb het gevoel aan het begin te staan wat er allemaal is. Ik ben nog lang niet klaar.